ECLI:NL:PHR:2011:BO5366
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste vaststelling detentie bij hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep. Het hof had geoordeeld dat verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak niet gedetineerd was, wat de grond vormde voor de niet-ontvankelijkverklaring.
De advocaat-generaal stelde echter dat uit het dossier blijkt dat verdachte op het moment van dagvaarding en tijdens de zitting wel degelijk in detentie was, hetgeen ook blijkt uit een formulier met gegevens uit het geautomatiseerde informatiesysteem VIP. Hierdoor was het oordeel van het hof onbegrijpelijk en had het hof niet zonder meer verstek mogen verlenen.
De Hoge Raad concludeert dat het middel slaagt en vernietigt het bestreden arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, zodat verdachte alsnog zijn verdediging kan voeren.
Er zijn geen gronden gevonden voor ambtshalve vernietiging door de Hoge Raad. De uitspraak onderstreept het belang van correcte vaststelling van de detentiestatus van een verdachte bij de beoordeling van ontvankelijkheid in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.