ECLI:NL:PHR:2011:BO5758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek jongmeerderjarige tot kinderalimentatie wegens onvoldoende draagkracht vader
De jongmeerderjarige dochter verzocht de rechtbank om vaststelling van een bijdrage in haar studie- en levensonderhoud door haar vader. De rechtbank kende haar gedeeltelijk alimentatie toe, gebaseerd op het door de vader opgegeven inkomen en maandlasten. De vader ging in hoger beroep tegen deze toewijzing, stellende dat hij onvoldoende draagkracht heeft vanwege zijn schulden.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de dochter af, omdat het oordeelde dat de vader geen draagkracht heeft voor alimentatiebetaling. Het hof baseerde zich op een schuldenoverzicht van de Gemeentelijke Kredietbank en hield rekening met de maandelijkse lasten en het inkomen van de vader, dat volgens het hof lager was dan door de rechtbank aangenomen.
De dochter stelde cassatie in tegen de vaststelling van het hof, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de vader niet in staat zou zijn om naast het aflossen van schulden ook alimentatie te betalen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende inzicht had gegeven in zijn motivering, dat het hof terecht rekening hield met de schuldenlast en maandlasten, en dat het hof niet gehouden was om een fictieve draagkracht te berekenen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de vader heeft geen draagkracht voor kinderalimentatie.