ECLI:NL:PHR:2011:BO5820
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof over schatting wederrechtelijk verkregen voordeel bij schuldheling camera's
In deze zaak staat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit schuldheling van een partij gestolen videocamera's centraal. Het hof Amsterdam had het voordeel geschat op €12.610, gebaseerd op een berekening van de rechtbank en een financieel rapport, waarbij werd aangenomen dat de veroordeelde twintig camera's had verkocht tegen een gemiddeld voordeel van €548 per stuk.
De verdediging stelde dat deze schatting onvoldoende was gemotiveerd en onbegrijpelijk, omdat het hof niet voldoende rekening hield met verklaringen waaruit bleek dat de veroordeelde wel degelijk kosten had gemaakt en dat het voordeel uit de doorverkoop van tien camera's slechts de helft van de inkoopprijs bedroeg. De Hoge Raad oordeelde dat het hof tekort was geschoten in zijn motivering en begrip van de bewijsmiddelen.
Daarnaast werd de redelijke termijn overschreden, maar het hof had dit naar het oordeel van de Hoge Raad voldoende gecompenseerd met een korting op het ontnemingsbedrag. De Hoge Raad constateerde echter dat in cassatie de redelijke termijn ook was overschreden, wat tot strafvermindering moet leiden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het beroep en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.