ECLI:NL:PHR:2011:BO6136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van drie weken voor verduistering door hof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken voor verduistering. In eerste aanleg was de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor het subsidiair tenlastegelegde, maar dit werd door het hof bevestigd met toepassing van artikel 63 Sr Pro.
De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en vrijspraak van het primair tenlastegelegde, met veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf voor het subsidiair tenlastegelegde. De verdediging stelde dat het hof abusievelijk sprak over een straf van drie maanden, terwijl de werkelijke straf drie weken bedroeg.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad abusievelijk sprak over drie maanden gevangenisstraf, maar dat dit geen feitelijke grondslag heeft en de straf daadwerkelijk drie weken bedroeg. Het middel van cassatie faalde omdat de verdachte geen belang had bij vernietiging, aangezien de straf ongewijzigd bleef. De conclusie van de procureur-generaal was verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte tot drie weken gevangenisstraf voor verduistering.