ECLI:NL:PHR:2011:BO6144
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen oplichting en overtreding Wet Toezicht Kredietwezen ondanks betwisting bewijs en redelijke termijn
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van opzettelijke overtreding van de Wet Toezicht Kredietwezen en medeplegen van oplichting. Het hof wees een verzoek om een getuige van de AFM te horen af met een ontoereikende motivering, terwijl deze getuige relevant was voor de vraag of verdachte na contact met de AFM stopte met verkopen.
De verdediging stelde dat verdachte niet het oogmerk had om zich wederrechtelijk te bevoordelen en dat het ingrijpen van de AFM de onderneming onmogelijk maakte. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat verdachte en medeverdachte vanaf het moment dat zij geld ontvingen van participanten terwijl zij wisten dat het geld niet zou worden belegd, het oogmerk hadden om zich wederrechtelijk te bevoordelen.
Verder werd betoogd dat de redelijke termijn was overschreden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de overschrijding niet tot strafvermindering leidt, mede omdat het onderzoek in eerste aanleg lange tijd stil heeft gelegen. Ook is de inzendtermijn van stukken bij de Hoge Raad overschreden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling, waarbij onder meer het getuigenverzoek en de redelijke termijn opnieuw moeten worden gewogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.