ECLI:NL:PHR:2011:BO6482
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste motivering afwijzing aanhoudingsverzoek en behandelt getuigenverzoek
Verdachte was door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 en kreeg een geldboete en rijontzegging opgelegd. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld. Een belangrijk punt in cassatie was het aanhoudingsverzoek van verdachte vanwege zijn afwezigheid op de terechtzitting, omdat hij als elektricien op een schip werkte en daardoor niet kon verschijnen.
Het hof had het aanhoudingsverzoek afgewezen omdat niet was voldaan aan de eis van een 'daadwerkelijke en absolute verhindering'. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een te strenge maatstaf hanteerde door alleen absolute verhindering te accepteren en onvoldoende alle belangen af te wegen, zoals het aanwezigheidsrecht van verdachte, het belang van de strafvordering en de organisatie van de rechtspleging.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat ook relatieve verhindering kan leiden tot aanhouding als het voor verdachte redelijkerwijs niet mogelijk is te verschijnen. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van een spoedige strafvordering zwaarder zou wegen dan het aanwezigheidsrecht van verdachte.
Daarnaast klaagde verdachte dat het hof niet had beslist op het verzoek om getuigen te horen dat in de appelschriftuur was gedaan. De Hoge Raad stelt dat het hof niet verplicht is te beslissen op verzoeken die in de appelschriftuur worden gedaan, waardoor dit middel faalt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en zal een passende beslissing nemen op basis van artikel 440 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onjuiste motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en behandelt het getuigenverzoek.