ECLI:NL:PHR:2011:BO6759
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofarrest wegens onrechtmatige strafoplegging bij diefstal
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en hem veroordeeld tot twee maanden hechtenis. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad onderzocht drie middelen van cassatie. Het eerste middel betrof de vermeende onvolledigheid van de motivering van het bewijs, maar dit werd verworpen omdat het hof voldoende verwees naar de processtukken.
Het tweede en derde middel richtten zich op de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte hechtenis had opgelegd terwijl de wet voor het feit een gevangenisstraf van maximaal zes jaar of een geldboete voorschrijft en hechtenis niet is toegestaan. Bovendien had het hof nagelaten de keuze voor de vrijheidsstraf te motiveren zoals vereist volgens art. 359, zesde lid Sv.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug voor een nieuwe beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Er werden geen gronden gevonden voor ambtshalve vernietiging van het gehele arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor een passende strafbeslissing.