ECLI:NL:PHR:2011:BO7128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid invordering bestuurlijke dwangsommen na overtreding bouw- en sloopverbod
Eiseres, eigenaar van panden aan de [a-straat 1 t/m 3] te Zutphen, voerde verzet tegen een dwangbevel waarbij de Gemeente Zutphen dwangsommen invorderde wegens het voortzetten van bouw- en sloopwerkzaamheden zonder vergunning. De Gemeente had op 30 november 2006 een preventieve last onder dwangsom opgelegd op grond van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Bouwverordening, omdat eiseres zonder vergunning sloopwerkzaamheden uitvoerde.
De rechtbank verwierp het verzet van eiseres vanwege de formele rechtskracht van het dwangsombesluit en het feit dat eiseres niet had betwist de last te hebben overtreden. Het hof vernietigde dit vonnis deels en stelde het dwangbevel buiten werking voor de invorderingskosten, maar verwierp het verzet verder. Eiseres stelde in cassatie dat de Gemeente misbruik van recht maakte door de dwangsommen te innen terwijl zij zelf tekort was geschoten in de behandeling van de vrijstellingsaanvraag.
De Hoge Raad oordeelde dat de formele rechtskracht van het dwangsombesluit meebrengt dat de rechtmatigheid van het dwangsombesluit in de verzetprocedure niet aan de orde kan worden gesteld. Het hof had terecht geoordeeld dat geen sprake was van misbruik van recht door de Gemeente, mede gelet op de lange wachttijd van eiseres met het indienen van de aanvraag en de duidelijke waarschuwingen van de Gemeente. Ook de uitleg van de last onder dwangsom door het hof was juist. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de invordering van de dwangsommen door de Gemeente is rechtmatig.