ECLI:NL:PHR:2011:BO7278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zware stelplicht bij wijziging partneralimentatie ondanks niet-wijzigingsbeding
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk op 24 februari 2004. De man was overeengekomen een maandelijkse bijdrage te betalen van € 2.250,- met een niet-wijzigingsbeding volgens art. 1:159 lid 1 BW Pro. Hij verzocht de rechtbank om nihilstelling of vermindering van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder ernstige ziekte en arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing, behalve voor de periode vanaf 1 maart 2009, toen de vrouw AOW ontving, waarop de alimentatie werd verlaagd. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat niet was voldaan aan de zware stelplicht van art. 1:159 lid 3 BW Pro. De man stelde in cassatie dat het hof zijn stellingen onvoldoende had onderzocht en dat de alimentatie opnieuw had moeten worden vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de man onvoldoende feiten heeft gesteld om aan de zware stelplicht te voldoen. Het hof hoefde de stellingen niet nader te onderzoeken omdat de drempel van art. 1:159 lid 3 BW Pro niet was gehaald. Ook het argument dat het niet-wijzigingsbeding doorbroken was, faalt. De Hoge Raad benadrukt dat de beoordeling van feiten en bewijs niet in cassatie kan worden herzien.
De conclusie is dat het beroep van de man wordt verworpen en de eerdere beslissingen in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; de partneralimentatie wordt niet gewijzigd wegens onvoldoende stelling van gewijzigde omstandigheden.