ECLI:NL:PHR:2011:BO7908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedreiging met de dood aan politicus Geert Wilders
Verdachte heeft op 13 februari 2007 via een e-mail aan Geert Wilders een bedreiging gestuurd waarin hij sprak over het willen zien branden van Wilders in de hel en een dreiging om hem 'weg te blazen'.
Het Hof heeft bewezen verklaard dat verdachte met deze e-mail Wilders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven, waarbij het Hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de vrees die het bericht bij Wilders kon veroorzaken, althans voorwaardelijk opzet had op het aanjagen van die vrees. De verdediging voerde onder meer aan dat het woord 'wegblazen' niet letterlijk moest worden opgevat, maar het Hof verwierp deze uitleg als ongeloofwaardig.
De Hoge Raad concludeert dat het Hof terecht de bewijsmiddelen heeft geselecteerd en gewogen, en dat het oordeel over de geloofwaardigheid van de stellingen van verdachte niet onbegrijpelijk is. De cassatie wordt verworpen, waarmee de veroordeling tot een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens bedreiging met de dood aan Geert Wilders.