ECLI:NL:PHR:2011:BO8000
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert aftrek voorarrest bij medeplegen zware mishandeling
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van zware mishandeling. Het hof had echter nagelaten om de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering te brengen op de straf, zoals vereist volgens art. 27 Sr Pro.
Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat terecht klaagde over deze nalatigheid. Uit het dossier bleek dat verdachte van 21 maart 2007 13:20 uur tot 22 maart 2007 18:00 uur in verzekering was gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verzuim moest herstellen en de tijd in voorlopige hechtenis alsnog in mindering moest brengen.
De Hoge Raad vond geen gronden om het arrest ambtshalve te vernietigen en beperkte zich tot het corrigeren van het verzuim. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de wettelijke regeling omtrent aftrek van voorarrest strikt moet worden nageleefd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het niet toepassen van aftrek van voorlopige hechtenis en beveelt deze aftrek alsnog toe te passen.