ECLI:NL:PHR:2011:BO8003

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02217
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor winkeldiefstal met geprepareerde jas

Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. Het hof baseerde zijn oordeel mede op video-opnamen waarop verdachte met een geprepareerde jas te zien was, waarmee hij diefstal pleegde in een winkel te Veenendaal.

Verdediging stelde in cassatie dat het hof bij de strafoplegging rekening had gehouden met feiten die niet uit het onderzoek ter terechtzitting bleken, met name de conclusie dat verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht was gegaan. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof deze conclusie mocht baseren op eigen waarnemingen tijdens het tonen van het bewijsmateriaal en dat deze duiding niet onbegrijpelijk was.

Verder werd benadrukt dat verdachte een veelpleger is met een lange lijst onherroepelijke veroordelingen voor vermogensmisdrijven, hetgeen de strafoplegging rechtvaardigt. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de gevangenisstraf van zes weken voor winkeldiefstal.

Conclusie

Nr. 09/02217
Mr. Silvis
Zitting 7 december 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 20 mei 2009 door het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
2. Namens verdachte heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof bij de strafoplegging rekening heeft gehouden met feiten en omstandigheden die niet uit het onderzoek ter terechtzitting zijn gebleken.
4. Het hof heeft de aan verdachte opgelegde straf als volgt gemotiveerd:
"(...)
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden daaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte is een veelpleger, zoals blijkt uit de vele inmiddels onherroepelijke veroordelingen voor(vermogens)misdrijven vermeld in een 42 pagina's tellend uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 17 april 2009.
In de gepubliceerde oriëntatiepunten die binnen de rechterlijke macht worden gehanteerd (de oriëntatiepunten straftoemeting) is onder meer als oriëntatiepunt opgenomen voor een feit als het bewezenverklaarde gepleegd door een veelpleger, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Het hof is van oordeel dat hier sprake is van een zwaardere winkeldiefstal, omdat verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan. Oplegging van een zwaardere straf dan het oriëntatiepunt voor een standaard winkeldiefstal is daarom passend en geboden.(...)"
5. Volgens de toelichting op het middel is 's hofs overweging dat "verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan" onbegrijpelijk, nu deze feiten niet volgen uit de bewijsmiddelen, dan wel blijken uit de gedingstukken.
6. Bij het verlaten van de winkel gaat het alarm van de beveiligingspoortjes niet af, zoals de raadsman ter zitting ook aangeeft. Dat verdachte een geprepareerde jas droeg maakt het hof kennelijk in combinatie met dat gegeven op uit de door het hof ter terechtzitting van 6 mei 2009 als bewijsmiddel gebezigde waarnemingen, gedaan bij gelegenheid van het tonen van video-opnamen van 28 november 2007 in de winkel '[A]' te Veenendaal, inhoudende - voor zover relevant -:
"(...)
- De vrouw heeft een zwarte tas met een wit hengsel vast. Deze tas wordt bewogen tussen verdachte en de vrouw.
- Verdachte maakt een beweging dat hij iets in zijn jas (aan de rechterkant) steekt.
- De vrouw pakt tweemaal een zwarte tas. De vrouw geeft een zwart voorwerp aan verdachte. Verdachte steekt een zwart voorwerp in zijn jas (aan zijn linkerkant).
- De vrouw en verdachte lopen weg. Bij verdachte is een zwart rechthoekig voorwerp in zijn jas (aan zijn linkerkant) zichtbaar.
(...)"(1)
7. Geen rechtsregel verzet zich er tegen dat het hof deze, op basis van eigen waarnemingen getrokken conclusie bij de strafoplegging betrekt. Voor zover het hof voorts heeft overwogen dat verdachte met een geprepareerde jas op strooptocht is gegaan, doelt het kennelijk op het bewezenverklaarde feit, in die zin dat verdachte zich met de jas naar de winkel '[A]' heeft begeven teneinde de bewezenverklaarde winkeldiefstal van twee tassen te plegen en niet, zoals de steller van het middel lijkt te begrijpen, dat verdachte per se uit was op het plegen van diefstallen in meerdere winkels. Het middel klaagt tevergeefs.
8. Het voorgestelde middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie p. 3 van het bestreden arrest.