ECLI:NL:PHR:2011:BO9824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid betekening dagvaarding in hoger beroep bij uitreiking aan gemachtigde advocaat
In deze zaak stond de vraag centraal of voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep het vereiste bestaat dat een afschrift van de dagvaarding ook aan de verdachte zelf wordt toegezonden. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep en stelde dat het hof had moeten onderzoeken of aan hem een afschrift was gezonden conform art. 450 lid 4 Sv Pro.
De Hoge Raad stelt echter dat de uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde advocaat van de verdachte als uitreiking in persoon geldt en daarmee voltooid is. De verzending van een afschrift aan de verdachte maakt geen deel uit van de betekening en is niet vereist voor de geldigheid daarvan. Dit wordt ondersteund door eerdere jurisprudentie, onder meer HR 12 maart 2002.
Het middel van cassatie faalt daarom en de Hoge Raad ziet geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De conclusie is dat het beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde advocaat geldt als geldige betekening in persoon.