ECLI:NL:PHR:2011:BO9824

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01243
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 450 lid 4 SvArt. 588 lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geldigheid betekening dagvaarding in hoger beroep bij uitreiking aan gemachtigde advocaat

In deze zaak stond de vraag centraal of voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep het vereiste bestaat dat een afschrift van de dagvaarding ook aan de verdachte zelf wordt toegezonden. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep en stelde dat het hof had moeten onderzoeken of aan hem een afschrift was gezonden conform art. 450 lid 4 Sv Pro.

De Hoge Raad stelt echter dat de uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde advocaat van de verdachte als uitreiking in persoon geldt en daarmee voltooid is. De verzending van een afschrift aan de verdachte maakt geen deel uit van de betekening en is niet vereist voor de geldigheid daarvan. Dit wordt ondersteund door eerdere jurisprudentie, onder meer HR 12 maart 2002.

Het middel van cassatie faalt daarom en de Hoge Raad ziet geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De conclusie is dat het beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde advocaat geldt als geldige betekening in persoon.

Conclusie

Nr. 09/01243
Mr. Vellinga
Zitting: 14 december 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het Gerechtshof te Arnhem veroordeeld bij arrest van 3 februari 2009.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/01243 en 09/00902. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep niet is verschenen, overeenkomstig het bepaalde in art. 450 lid 4 Sv Pro een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is gezonden.
5. Het middel berust op de opvatting dat voor een geldige uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig het bepaalde in art. 450 Sv Pro vereist is dat een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep naar de verdachte is gezonden. Deze opvatting vindt geen steun in de wet. Uitreiking aan de gemachtigde advocaat geldt als uitreiking in persoon en is daarmee voltooid.(1) Voorts wijs ik op een met de tweede volzin van art. 450 lid 4 Sv Pro overeenkomend voorschift in art. 588 lid Pro 3, aanhef en onder c, Sv. Daar is het verzenden van een afschrift van de dagvaarding aan de verdachte voor een rechtsgeldige uitreiking niet vereist: HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.15, derde volzin.
6. Het middel faalt.
7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 7 april 2009, LJN BH1339 (niet gepubliceerd) t.a.v. art. 450, tweede lid, (oud) Sv.