ECLI:NL:PHR:2011:BO9885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt oplegging ISD-maatregel wegens onjuiste toepassing Richtlijn veelplegers
De zaak betreft de oplegging van een ISD-maatregel aan verdachte, een maatregel gericht op stelselmatige daders, op grond van de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers. Het hof had vastgesteld dat in het peiljaar een proces-verbaal tegen verdachte was opgemaakt, maar dat verdachte later werd vrijgesproken van dat feit. Desondanks werd de ISD-maatregel opgelegd.
De verdediging voerde aan dat het meerekenen van een proces-verbaal dat leidde tot vrijspraak in strijd is met de onschuldpresumptie zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelt dat de eis van de Richtlijn dat in het peiljaar ten minste één proces-verbaal moet zijn opgemaakt, niet kan worden ingevuld met een proces-verbaal dat later tot vrijspraak heeft geleid. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke grondslag voor de oplegging van de ISD-maatregel.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de Richtlijn als recht in de zin van artikel 79 RO Pro geldt en dat het hof daaraan had moeten toetsen. Ook wordt het overgangsrecht omtrent de Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling besproken, waarbij het hof terecht de oude regeling toepaste.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de oplegging van de ISD-maatregel betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de oplegging van de ISD-maatregel wegens onjuiste toepassing van de Richtlijn en verwijst de zaak terug naar het hof.