ECLI:NL:PHR:2011:BP0265
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweerexces bij geweld tegen derde
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's Gravenhage verdachte veroordeeld wegens mishandeling en een beroep op noodweerexces verworpen. Verdachte stelde dat zij door een klap van een ander in een hevige gemoedsbeweging was geraakt en daardoor geweld had uitgeoefend op een derde.
De Hoge Raad stelt voorop dat een beroep op noodweerexces in beginsel alleen geldt wanneer het geweld zich richt tegen de aanvaller zelf. Indien het geweld zich richt tegen een derde die niet betrokken was bij de aanval, is het beroep op noodweerexces in de regel niet toewijsbaar.
Het Hof had vastgesteld dat er geen geweld van het slachtoffer richting verdachte was geweest en dat het verweer niet aannemelijk maakte dat het slachtoffer op andere wijze betrokken was bij het geweld. De Hoge Raad acht dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk en verwerpt het cassatiemiddel.
De Hoge Raad merkt op dat bijzondere omstandigheden dit oordeel kunnen wijzigen, bijvoorbeeld wanneer de derde de aanvaller steunt, maar dat in deze zaak geen sprake was van dergelijke omstandigheden. Verder constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor uitspraak is overschreden, maar dat dit geen aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces wordt verworpen en de veroordeling wegens mishandeling wordt bevestigd.