ECLI:NL:PHR:2011:BP0344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inzet tolk bij live tap en verworpen schending fair-trial beginsel
In deze zaak stond centraal of het handelen van een tolk, die tijdens een taponderzoek op Schiphol gesprekken in het Surinaams, Papiamento en Nederlands live vertaalde en doorgaf aan opsporingsambtenaren, onrechtmatig was. De tolk was enige tijd alleen in de tapkamer aanwezig en gaf informatie door die leidde tot de aanhouding van een koerier met 36 kilo cocaïne. De verdediging stelde dat de tolk onbevoegd opsporingshandelingen verrichtte, wat leidde tot schending van het fair-trial beginsel en niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting.
Het hof oordeelde dat de tolk zijn werkzaamheden in beginsel als gebruikelijke bijstand aan de opsporing verrichtte, ondanks dat hij ook Nederlandse gesprekken meeluisterde en locatiegegevens doorgaf. Er was geen aanwijzing dat de tolk selectief informatie doorgaf of de opsporingsambtenaren aanstuurde. De gang van zaken week af van de gebruikelijke procedure, maar dit leidde niet tot ernstige schending van de verdediging. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van de verdediging.
Daarnaast werd vastgesteld dat het overschrijden van de redelijke termijn in cassatie aanleiding gaf tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging en matigde de straf, maar verwierp het beroep voor het overige. De zaak illustreert de afweging tussen praktische opsporingsbehoeften en waarborgen van het fair-trial beginsel bij het gebruik van tolken in taponderzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het optreden van de tolk niet onrechtmatig was en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.