ECLI:NL:PHR:2011:BP1274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling schuldwitwassen en verbeurdverklaring geldbedrag in bankkluis
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens schuldwitwassen en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf opgelegd. Tevens werd een bedrag van €61.220,- dat in haar bankkluis werd aangetroffen verbeurd verklaard. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte oordeelde dat zij schuld had aan witwassen, omdat zij niet wist dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.
Het hof stelde vast dat verdachte de kluis huurde en meerdere malen bezocht, dat zij wist dat er een plastic zak met geld in de kluis lag, en dat haar partner het geld in de kluis had geplaatst terwijl hij niet meer gemachtigd was. Het hof hechtte geen geloof aan haar verklaring dat zij niet wist wat er in de kluis lag, en oordeelde dat verdachte onvoldoende voorzichtigheid betrachtte.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat schuldwitwassen bewezen is, waarbij het hof terecht aannam dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Ook de verbeurdverklaring werd gehandhaafd, waarbij rekening met de draagkracht van verdachte niet nodig was omdat het geld niet aan haar toebehoorde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, mede gelet op de onherroepelijke veroordeling van de partner van verdachte voor witwassen van hetzelfde geldbedrag. De klachten van de verdediging over de uitleg van art. 420quater Sr en de verbeurdverklaring faalden eveneens.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling schuldwitwassen en verbeurdverklaring van €61.220,- bevestigd.