ECLI:NL:PHR:2011:BP1379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwingen tot dulden ontuchtige handelingen zonder lichamelijke aanraking
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het hof stelde vast dat verdachte het slachtoffer onder meer dwong tot het dulden van het tonen en betasten van zijn geslachtsdeel, zichzelf bevredigen in haar aanwezigheid, en het geven van een onverhoedse kus op de wang.
De Hoge Raad overwoog dat het plegen van ontuchtige handelingen zonder lichamelijke aanraking mogelijk is, mits er sprake is van relevante interactie tussen dader en slachtoffer. In deze zaak was er wel degelijk lichamelijk contact en een vorm van dwang, mede doordat verdachte het slachtoffer wederrechtelijk van haar vrijheid beroofde.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, waarin de kus op de wang als ontuchtige handeling werd aangemerkt, gelet op de context en overige gedragingen van verdachte, niet onjuist noch onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling voor dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen en wederrechtelijke vrijheidsberoving bleef in stand.