ECLI:NL:PHR:2011:BP2274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale behandeling van op werknemer verhaalde WGA-premie als negatief loon
In deze zaak staat centraal of de door de werkgever op het nettoloon van de werknemer verhaalde WGA-premie als negatief loon aangemerkt kan worden en daarmee in mindering gebracht mag worden op het brutoloon voor de berekening van loonbelasting en premie volksverzekeringen (lb/pvv).
De Rechtbank oordeelde dat de WGA-premie als negatief loon moet worden beschouwd, omdat het verhaal direct verband houdt met de dienstbetrekking en de werknemer daardoor verarmt zonder daarvoor een directe tegenprestatie te ontvangen. Het Hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de wetgever de verhaalde WGA-premie niet als negatief loon bedoeld heeft en dat het verhaal geen invloed heeft op de grondslag voor de inhouding van lb/pvv.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de wettelijke bepalingen, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie over het loonbegrip, negatief loon en de omkeerregel. De Raad concludeert dat de WGA-premie een werkgeverspremie is die door de werkgever verschuldigd is en dat het verhaal op de werknemer een transactie tussen werkgever en werknemer betreft die niet leidt tot een vermindering van het fiscale loon. De verhaalde WGA-premie vormt geen negatief loon en mag niet in mindering worden gebracht op het brutoloon. Tevens is er geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. De uitspraak bevestigt de fiscale systematiek en verduidelijkt de positie van de WGA-premie in de loonheffing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de op het nettoloon verhaalde WGA-premie geen negatief loon is en niet in mindering mag worden gebracht op het brutoloon voor de loonheffing.