ECLI:NL:PHR:2011:BP2414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strikte machtigingsvereiste raadsman bij gewijzigde samenstelling hof in ontnemingszaak
In deze zaak gaat het om de vraag of het gerechtshof terecht het onderzoek heeft voortgezet in gewijzigde samenstelling zonder uitdrukkelijke instemming van de verdachte of diens raadsman. De verdachte was aanwezig bij een eerdere terechtzitting, maar verscheen niet bij latere zittingen, waarbij zijn raadsman niet uitdrukkelijk was gemachtigd de verdediging te voeren. Het hof besloot het onderzoek voort te zetten in dezelfde stand als bij de schorsing, ondanks de gewijzigde samenstelling van de kamer.
De Hoge Raad bevestigt dat volgens vaste rechtspraak een raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging niet bevoegd is de verdediging te voeren, behoudens enkele uitzonderingen zoals toelichting op afwezigheid verdachte of verzoek om aanhouding. Dit geldt ook in ontnemingszaken. De raadsman in deze zaak was expliciet niet gemachtigd en mocht daarom niet het woord voeren ter verdediging.
Verder overweegt de Hoge Raad dat het voorschrift dat bij gewijzigde samenstelling het onderzoek opnieuw moet worden aangevangen, dwingend is, maar dat voortzetting met instemming van de officier van justitie en de verdediging is toegestaan. Stilzwijgende instemming kan worden aangenomen wanneer de verdachte eerder aanwezig was en later niet verschijnt of geen raadsman machtigt. Het hof hoefde het onderzoek niet ambtshalve aan te houden.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht het bewijs heeft gewogen zonder nader te motiveren waarom het wederrechtelijk verkregen voordeel niet alleen bestond uit het nagenoeg gratis wonen van de verdachte. De middelen van cassatie worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging niet bevoegd was de verdediging te voeren en dat het onderzoek terecht werd voortgezet zonder aanhouding.