ECLI:NL:PHR:2011:BP2466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval ondanks discussie over veiligheidsschoenen en instructies
In november 2001 liep de werknemer een arbeidsongeval op tijdens het aanbrengen van een net over een containerbak die op een vrachtwagen was geplaatst, waarbij hij zijn rechterelleboog brak. De werknemer stelde dat de werkgever aansprakelijk was op grond van artikel 7:658 lid 2 BW Pro wegens het niet naleven van zorgplicht en voerde aan dat hij was uitgegleden over olie afkomstig van een lekkende hefarm en dat hij geen veiligheidsschoenen droeg.
De rechtbank kende de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de werkgever voldoende instructies had gegeven over veiligheid, waaronder het aanbrengen van het net terwijl de container nog op de grond stond, en dat er geen olielekkage was op het moment van het ongeval. Tevens beschikte de werknemer over veiligheidsschoenen. De Hoge Raad constateerde een motiveringsgebrek in het arrest van het hof omtrent de erkenning van het bezit van veiligheidsschoenen door de werknemer, maar oordeelde dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt omdat dit feit niet relevant was voor de uitkomst.
De Hoge Raad verwierp verder de klacht dat het hof artikel 7:611 BW Pro ambtshalve had moeten toepassen, omdat de werknemer geen feiten had gesteld die dit rechtvaardigden. Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de vordering tegen de werkgever wordt afgewezen.