ECLI:NL:PHR:2011:BP2712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot invoer en handel in cocaïne
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van poging tot het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 20,22 kilogram cocaïne in Nederland, met activiteiten die zich uitstrekten tot Brussel en de Dominicaanse Republiek. Het hof stelde vast dat verdachte afspraken maakte en instructies gaf aan mededaders, waaronder het regelen van vervoer, verblijf en communicatie in het buitenland.
De verdediging stelde onder meer dat de getuige niet op de wettelijk voorgeschreven wijze de eed had afgelegd, dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat bepaalde feiten onjuist bewezen waren verklaard. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de eed correct was afgelegd, de uitleg van de tenlastelegging niet onbegrijpelijk was en dat de bewezenverklaring voldoende was onderbouwd.
Het bewijs bestond uit verklaringen van betrokkenen, waaronder een mededader die naar de Dominicaanse Republiek reisde, aanwijzingen over het regelen van hotels en vervoer, en het feit dat de cocaïne in een koffer werd gestopt en ingecheckt met bestemming Amsterdam. De Hoge Raad concludeerde dat de middelen van cassatie faalden en verwierp het beroep, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot invoer en handel in cocaïne.