ECLI:NL:PHR:2011:BP2720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie wegens bewust onthouden van noodzakelijke informatie over afluisteren vertrouwelijke gesprekken tussen verdachte en advocaat
In deze zaak stond centraal of het Openbaar Ministerie (OM) ontvankelijk was in de vervolging, nadat het hof het OM niet-ontvankelijk had verklaard wegens het bewust onthouden van door het hof bevolen informatie. Het betrof opgenomen telefoongesprekken tussen de verdachte en diens raadsman, die waren afgeluisterd in een ander strafrechtelijk onderzoek. Het hof had het OM opdracht gegeven te onderzoeken of en hoe vaak deze gesprekken waren opgenomen en bewaard, maar het OM leverde onvoldoende en onvolledige informatie.
De verdediging stelde dat het OM hiermee handelde in strijd met artikel 126aa lid 2 Sv en dat dit ernstige inbreuken op het recht op een eerlijke behandeling van de zaak betekende, met name het recht op vertrouwelijke communicatie met de raadsman. Het hof oordeelde dat het OM bewust informatie had onthouden, wat de ontvankelijkheid in de vervolging uitsloot.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van het OM. De Hoge Raad benadrukte dat het OM verplicht is de rechter alle noodzakelijk geachte informatie te verschaffen, tenzij het redelijkerwijs niet kan voldoen aan een opdracht. Het bewust onthouden van informatie die essentieel is voor de beoordeling van de zaak, rechtvaardigt een niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Dit oordeel raakt fundamentele procesrechten, waaronder het recht op een eerlijke behandeling en het recht op bijstand van een raadsman.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het bewust onthouden van noodzakelijke informatie over opgenomen gesprekken tussen verdachte en raadsman.