ECLI:NL:PHR:2011:BP3051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid inlener voor arbeidsongeval en rechtsgrond ambtshalve aanvulling
Eiser was als uitzendkracht werkzaam bij Hilton Meats en liep op 5 februari 2003 een arbeidsongeval op waarbij hij blijvend letsel aan zijn hand opliep. Hij stelde dat een collega onvoorzichtig handelde en vorderde Hilton Meats aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW Pro wegens fout van diens werknemer.
De rechtbank wees de vordering af omdat de toedracht van het ongeval niet was komen vast te staan. Het hof bevestigde dit oordeel en wees tevens het beroep af dat de rechter ambtshalve ook aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW Pro had moeten beoordelen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechter niet verplicht is ambtshalve een andere rechtsgrond te beoordelen als de feiten en omstandigheden daarvoor niet voldoende zijn gesteld en de partij een duidelijke exclusieve keuze heeft gemaakt voor een bepaalde rechtsgrond. De klachten van eiser tegen de bewijswaardering en het oordeel van het hof faalden eveneens.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven en de aansprakelijkheid van Hilton Meats op grond van artikel 6:170 BW Pro niet werd aangenomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van Hilton Meats op grond van artikel 6:170 BW wordt niet aangenomen.