ECLI:NL:PHR:2011:BP3271
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gewone rechter bij hoger beroep tegen arbitraal vonnis
In deze zaak staat centraal de vraag of de gewone rechter bevoegd is om kennis te nemen van hoger beroep tegen een arbitraal vonnis, terwijl partijen geen arbitraal hoger beroep zijn overeengekomen. Het hof te 's-Gravenhage oordeelde dat het niet bevoegd was tot kennisneming van het hoger beroep tegen het scheidrechterlijk vonnis van 15 oktober 2009. Dit oordeel werd aangevochten in cassatie.
De Hoge Raad bevestigt dat sinds de hernieuwde vaststelling van de arbitragewetgeving de mogelijkheid om bij de gewone rechter hoger beroep in te stellen tegen een arbitraal vonnis is komen te vervallen. De enige mogelijkheid tot hoger beroep is het arbitraal hoger beroep, mits partijen dit zijn overeengekomen. Bij gebrek aan een dergelijke overeenkomst kan de gewone rechter het arbitrale vonnis slechts vernietigen of herroepen op grond van art. 1064 e.v. Rv.
De klachten van het cassatieberoep, waaronder het betoog dat het hof de nietigheid van de geschillenbeslechtingsclausule had kunnen repareren en dat het beroep op goede trouw door de gemeente onterecht was, worden verworpen. Ook het beroep op art. 6 EVRM Pro faalt omdat geen sprake is van onevenredig nadeel in de feitelijke rechtstoegang.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht oordeelde dat het niet bevoegd was tot kennisneming van het hoger beroep en dat het cassatieberoep moet worden verworpen. Er zijn geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling die beantwoording behoeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof was niet bevoegd tot kennisneming van het hoger beroep tegen het arbitraal vonnis.