ECLI:NL:PHR:2011:BP4026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens niet-melding werkzaamheden tijdens uitkeringsperiode
De rechtbank Zwolle-Lelystad beëindigde op 2 september 2010 de schuldsaneringsregeling van verzoeker zonder schone lei, omdat hij toerekenbaar tekort was geschoten in zijn verplichtingen, met name door een schuld aan het UWV als bovenmatig te beschouwen.
Verzoeker ging in hoger beroep, maar het hof Arnhem bevestigde bij arrest van 14 oktober 2010 dat verzoeker tijdens zijn uitkeringsperiode werkzaamheden verrichtte waarvoor hij geld ontving, zonder dit te melden aan het UWV of de bewindvoerder. Dit werd hem toegerekend als een schending van de informatieplicht.
Verzoeker stelde cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat de arbeidsongeschiktheidsverklaring niet uitsluit dat verzoeker andere werkzaamheden verrichtte. Ook was het oordeel van het hof dat verzoeker de schone lei mocht worden onthouden niet prematuur, ondanks lopende bezwaarprocedures tegen UWV.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat het niet melden van werkzaamheden een toerekenbare tekortkoming is die de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei rechtvaardigt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens het niet melden van werkzaamheden tijdens de uitkeringsperiode.