ECLI:NL:PHR:2011:BP4595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad corrigeert samenloop van straffen bij verkeersovertredingen
Verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor twee verkeersovertredingen: overtreding van artikel 163, tweede lid, en artikel 9, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Voor beide feiten legde het hof afzonderlijke straffen op, waaronder een geldboete, een werkstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het niet hernieuwd oproepen van een getuige, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht afzag van hernieuwde oproeping, aangezien verdachte en de advocaat-generaal hiermee instemden. De Hoge Raad constateerde echter dat het hof de strafoplegging niet correct had uitgevoerd, omdat bij samenloop van feiten met gelijksoortige hoofdstraf één straf moet worden opgelegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend vanwege de onjuiste strafoplegging en verbetert deze ambtshalve. De ontzegging van de rijbevoegdheid is volgens de Hoge Raad correct opgelegd, omdat deze voor elk verkeersdelict afzonderlijk moet worden uitgesproken. Het cassatiemiddel faalt verder en het arrest wordt bevestigd met correctie van de strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest vanwege onjuiste strafoplegging en verbetert deze ambtshalve.