ECLI:NL:PHR:2011:BP4606
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending beleidsregels invordering belastingschuld
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het opzettelijk niet of onjuist verstrekken van gegevens aan de ontvanger, in strijd met de Invorderingswet 1990. Verdachte was eerder gegijzeld op grond van een civiele procedure om zijn belastingschuld te voldoen en gegevens te verstrekken. Het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk omdat na de gijzeling volgens het hof geen strafrechtelijke vervolging meer mogelijk was, gebaseerd op een interpretatie van de Leidraad Invordering 1990 (LI 1990).
De advocaat-generaal stelde dat het hof deze beleidsregel te strikt interpreteerde en dat de wetgever een open systeem heeft beoogd waarbij civiele en strafrechtelijke routes elkaar niet uitsluiten. De Hoge Raad bevestigt dit standpunt en oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over art. 60 § 1 onder 3 LI 1990. De wetsgeschiedenis en structuur van de Invorderingswet 1990 laten toe dat na civiele maatregelen ook strafrechtelijke vervolging kan volgen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. De zaak betreft de invordering van belastingschulden en de toepassing van lijfsdwang en strafrechtelijke sancties bij niet-naleving van de informatieplicht. Het arrest benadrukt dat het OM niet gebonden is aan een exclusieve keuze tussen civiele en strafrechtelijke invorderingsroutes en dat beide routes na elkaar kunnen worden gevolgd zonder strijd met beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.