- Uit het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 6], welk verhoor op 20 augustus 2008 plaatsvond, blijkt dat [betrokkene 6] heeft verklaard, zakelijk weergegeven:
"Op een gegeven moment kwam [verdachte] met de opmerking dat hij iemand zocht die inmiddels dood was. Toen ik hem vroeg waarom, antwoordde hij: dan kan ik hem de schuld geven.
Ik heb toen de naam [betrokkene 9] genoemd. (...)
We (het hof begrijpt: de verdachte en [betrokkene 6]) hadden een gesprek over TNO en de mogelijkheid dat hij toch veroordeeld zou worden. Hij zocht een alternatief. Zeg maar: iemand die dood was en die de schuld kon krijgen. (...)
Later in de gesprekken merkte hij op dat ikzelf eigenlijk een hele sterke en stabiele persoon was. (...)
Toen vroeg hij mij: wil jij dat niet doen? (...)
Toen heb ik gezegd: ik wil wel kandidaat zijn om het in scène te zetten dat ik het gedaan heb. (...) Hij zei dat het goed was, jij kunt het wel sterk overbrengen. (...)
[Verdachte] zei dat ik moest vertellen dat ze gekleed was in een rok en dat ze haar kleding had omgewisseld, dat er een mouwophouder was en dat er een ijzeren rek over haar heen gegooid was. Hij vertelde dat er een wond was op haar achterhoofd en een snee in haar nek. (...)
Alles wat ik weet, heb ik uit de mond van [verdachte] gehoord. (...)
Ik zeg nu gewoon wat ik moest zeggen. Nou, we zijn om elf uur dus gekomen. We gingen via de voordeur. [slachtoffer 1] deed open. We namen haar mee in de woonkamer. [Slachtoffer 1] werd daar vastgehouden door [betrokkene 9] en ik ging het huis doorzoeken. [verdachte] heeft voor dat doel voor mij een plattegrond van het huis getekend, want op dat moment beschikte hij nog niet over het dossier. Met een wenteltrap ging je naar boven, daar lagen de kinderen. Wat ook belangrijk was, dat er een zwart bankstel was, dat moest ik onthouden. En dat ik naar boven was geweest, dat ik de kinderen zag liggen, dat ik via de badkamer naar zolder kon. Dat bij binnenkomst door de voordeur gelijk links het kantoor was waar zich om de hoek de kluis bevond. Dat moest ik vertellen. En dan de sleutels. Later hebben we daar een fout ingemaakt want ik ben ook bij de advocaat van [verdachte] geweest. Deze vroeg me ook waar de sleutels waren aangetroffen. Ik moest van [verdachte] zeggen dat deze in het potje lagen in de woonkamer. Dat heeft [verdachte] gecorrigeerd, dat ik dat anders moest vertellen. We zaten dus binnen en zogenaamd moesten we haar mishandelen. Daarna moesten we haar meenemen naar de kluis. Die moest ze openden. Toen ze die open had gedaan had [betrokkene 9] haar een klap op haar hoofd gegeven. We hebben benzine moeten gooien. We moesten benzine halen uit het busje. Er was benzine gevonden in bepaalde hoeken van het kantoortje. Om het verhaal te bekrachtigen moesten we benzine gooien. We hebben het in de fik gestoken, om de sporen uit te wissen. (...)
[Verdachte] zei tegen mij dat hij het had gedaan en dat hij mij bepaalde informatie kon vertellen die alleen de dader kon weten. (...)
[Verdachte] is later teruggekomen op het tijdstip van het onbeantwoord gebleven telefoontje.
Dat zou niet om 22.00 uur, maar om 23.00 uur zijn geweest. (...)
[verdachte] vroeg of ik met zijn advocaat wilde praten. (...)
De instructies van [verdachte] aan mij waren om de advocaat te overtuigen."