ECLI:NL:PHR:2011:BP4650
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen schending ambtsgeheim wegens onrechtmatig technisch hulpmiddel
In deze zaak gaat het om de inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een strafzaak over medeplegen van schending van het ambtsgeheim. Het Hof Amsterdam had de verdachte vrijgesproken omdat het gebruikte technische hulpmiddel niet voldeed aan de wettelijke eisen, met name omdat het mogelijk was om af te luisteren zonder opname, wat strijdig is met het Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden.
Het Hof stelde vast dat de configuratie van het technische hulpmiddel eenvoudig kon worden gemanipuleerd door het loskoppelen van een kabel, waardoor afluisteren zonder opname mogelijk was. Dit vormde volgens het Hof een fundamenteel gebrek dat leidde tot bewijsuitsluiting van de met het hulpmiddel verkregen opnames. Het Hof oordeelde echter dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door het technische hulpmiddel te toetsen op gebruik met losgekoppelde componenten, terwijl het Besluit uitgaat van normaal gebruik. De formele goedkeuring van het hulpmiddel door de keuringsdienst weegt zwaar. Bovendien is de motivering van het Hof voor bewijsuitsluiting onvoldoende, omdat niet is vastgesteld dat het hulpmiddel feitelijk onrechtmatig is gebruikt en de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de vrijspraak betreft en verwijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam of een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van het oordeel van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.