ECLI:NL:PHR:2011:BP4663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bescherming van declaraties en betalingsbewijzen onder het verschoningsrecht van advocaten
In deze zaak stond centraal de vraag of declaraties, kwitanties en specificaties van een advocaat onder het verschoningsrecht vallen. Het Openbaar Ministerie stelde dat deze documenten niet onder het beroepsgeheim vallen omdat zij geen inhoudelijke vertrouwelijke communicatie bevatten, maar slechts formele gegevens zoals tijdstippen en aard van werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat deze documenten wel degelijk onder het verschoningsrecht vallen, mede omdat zij kunnen onthullen dat iemand zich tot een advocaat heeft gewend en welke werkzaamheden zijn verricht. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin ook formele gegevens zoals agenda's en afsprakenkaarten als beschermd werden beschouwd.
De Hoge Raad benadrukte het maatschappelijke belang dat cliënten zich vrijelijk tot advocaten moeten kunnen wenden zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke gegevens, ook in strafrechtelijke financiële onderzoeken. Het beroep van het Openbaar Ministerie werd verworpen, waarmee het beslag op de declaraties en betalingsbewijzen werd gehandhaafd.
Daarnaast werd opgemerkt dat het klaagschrift niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de wet geen voorziening kent voor onmiddellijke teruggavebeslissingen en dat klaagster geen rechthebbende was van de bescheiden. Desondanks werd het beroep afgewezen vanwege het belang van het verschoningsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen en de declaraties en betalingsbewijzen blijven beschermd onder het verschoningsrecht.