ECLI:NL:PHR:2011:BP4673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over weigering omzetting faillissement in schuldsanering wegens goede trouw
Verzoekster tot cassatie, een ondernemer in de logistieke sector, werd in 2009 failliet verklaard. Zij verzocht vervolgens om opheffing van het faillissement en toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de schulden, waaronder belastingschulden. Het hof Amsterdam bevestigde dit oordeel en oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de belastingschulden.
Verzoekster stelde in cassatie drie klachten aan het hofarrest, waaronder dat het hof ten onrechte het goede trouwoordeel volledig heeft getoetst in plaats van marginaal, dat het hof onterecht het niet betalen van de boekhouder als verwijt beschouwde zonder rekening te houden met het ontbreken van geldmiddelen, en dat het hof geen aandacht had besteed aan het beroep op artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.
De Hoge Raad verwierp de eerste twee klachten, stellende dat geen wettelijke grondslag bestaat voor een marginale toetsing en dat het ontbreken van geldmiddelen niet automatisch goede trouw impliceert. Ook wees de Hoge Raad erop dat het ontbreken van frauduleus handelen niet gelijkstaat aan goede trouw. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof het beroep op artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro ten onrechte onbesproken heeft gelaten, waardoor het arrest niet aan de wettelijke motiveringseisen voldoet. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege het onbesproken laten van het beroep op artikel 288 lid 3 Faillissementswet.