ECLI:NL:PHR:2011:BP4803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late betekening in onteigeningsprocedure
In deze zaak heeft eiser bij exploot van 5 oktober 2010 aan de gemeente aangezegd cassatie te hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 11 augustus 2010 in een onteigeningsprocedure. De gemeente stelde dat de cassatiedagvaarding niet tijdig was uitgebracht, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk zou zijn.
De Hoge Raad overwoog dat het vonnis van de rechtbank een vervroegde uitspraak over de onteigening betrof, waarbij de schadeloosstelling nog niet definitief was vastgesteld. Hierdoor zijn de termijnen van art. 54l lid 1 en art. 53 lid 1 van Pro de Onteigeningswet van toepassing, die een strikte termijn van twee plus twee weken voorschrijven voor het instellen van cassatie en het betekenen van de dagvaarding.
De cassatiedagvaarding was pas op 5 oktober 2010 betekend, terwijl de termijn op 8 september 2010 was verstreken. De Hoge Raad oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ook al stond in het dictum van het vonnis niet expliciet vermeld dat het om een onteigening bij vervroeging ging. Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad benadrukte dat het belang van de wederpartij bij de termijnoverschrijding niet relevant is voor de ontvankelijkheid, vanwege het stringente karakter van de termijnen in onteigeningsprocedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betekening van de cassatiedagvaarding.