ECLI:NL:PHR:2011:BP4948
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Executieopbrengst op notariële kwaliteitsrekening valt in faillissementsboedel
In deze zaak staat centraal of de executieopbrengst van een onroerende zaak, die op een notariële kwaliteitsrekening is gestort en waarvan de debiteur daarna failliet is verklaard, behoort tot de faillissementsboedel. De Ontvanger had beslag gelegd op het onroerend goed van de gefailleerde en stelde dat de opbrengst buiten de boedel viel. De curator betwistte dit.
De Hoge Raad overweegt dat beslag geen betere rechtspositie schept dan men tevoren had en dat alle crediteuren in principe gelijk behandeld moeten worden (paritas creditorum). Echter, een crediteur die eenmaal voldaan is, heeft een bevoorrechte positie ten opzichte van niet-voldane crediteuren. De wet bepaalt dat alleen houders van beperkte rechten en beslagleggers mogen meedelen in de executieopbrengst.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten over de notariële kwaliteitsrekening, waarin is vastgesteld dat gelden op zo’n rekening niet tot het vermogen van de notaris behoren, maar aan de rechthebbenden toekomen. De Hoge Raad concludeert dat de executieopbrengst op de kwaliteitsrekening, zolang deze niet daadwerkelijk is uitgekeerd, deel uitmaakt van de faillissementsboedel van de geëxecuteerde. Dit voorkomt dat beslagleggers een ongewenste preferente positie krijgen ten opzichte van andere crediteuren.
De uitspraak benadrukt het belang van gelijke behandeling van crediteuren en voorkomt dat executiemaatregelen het faillissementsrecht doorkruisen. De Hoge Raad verwerpt de klachten van de Ontvanger en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de executieopbrengst in de boedel valt.
Uitkomst: De executieopbrengst op de notariële kwaliteitsrekening valt, zolang deze niet is uitgekeerd, in de faillissementsboedel van de geëxecuteerde.