ECLI:NL:PHR:2011:BP4952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg dagvaardingstermijn bij betekening in buiten Europa gelegen staten volgens art. 115 en 63 Rv.
In deze zaak stond centraal de vraag of bij betekening van een dagvaarding aan een partij die woonachtig is in een buiten Europa gelegen staat, die partij een langere termijn moet krijgen om te reageren volgens art. 115 Rv Pro., of dat een kortere termijn volstaat indien de betekening plaatsvindt aan het kantoor van de advocaat van de partij volgens art. 63 Rv Pro.
De Hoge Raad concludeert dat de langere termijnen van art. 115 Rv Pro. zijn ingegeven door de veronderstelling dat postbezorging naar het buitenland veel tijd kost, maar dat moderne communicatietechnieken dit bezwaar grotendeels hebben weggenomen. De betekening aan de advocaat die de partij in de vorige instantie vertegenwoordigde, biedt voldoende zekerheid dat de cliënt tijdig wordt geïnformeerd.
Daarom is de langere termijn van art. 115 Rv Pro. niet van toepassing indien de betekening conform art. 63 Rv Pro. plaatsvindt. Dit betekent dat een kortere termijn, zoals de minimumtermijn die voor alle betekeningen geldt, volstaat. De Hoge Raad staat verstekverlening toe ondanks dat de dagvaardingstermijn korter was dan art. 115 lid 2 Rv Pro. voorschrijft.
De conclusie benadrukt dat de verplichting van de advocaat om zijn cliënt adequaat en tijdig te informeren centraal staat en dat de procedurele waarborgen hierdoor worden gewaarborgd. Er is geen reden om de verstekverlening te weigeren, aangezien aan alle formaliteiten is voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek ondanks het niet in acht nemen van de langere dagvaardingstermijn bij betekening via art. 63 Rv.