ECLI:NL:PHR:2011:BP4963
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toepassing artikel 194 Faillissementswet bij schuldsaneringsregeling en hoor en wederhoor
Verzoekers tot cassatie waren toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en na beëindiging daarvan ontving de bewindvoerster teruggaven van inkomstenbelasting die zij als nagekomen baten aanmerkte. De rechtbank beval op grond van artikel 194 Faillissementswet Pro (Fw) tot vereffening en verdeling van deze bedragen, maar verzoekers tot cassatie werden niet gehoord voorafgaand aan deze beschikking.
De Hoge Raad stelde vast dat beslissingen op grond van artikel 194 Fw Pro binnen de schuldsaneringsregeling onder artikel 85 Fw Pro vallen, waardoor cassatieberoep mogelijk is en hoger beroep wordt uitgesloten. Dit betekent dat verzoekers tot cassatie ontvankelijk waren in hun beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden omdat verzoekers niet voorafgaand aan de beschikking de gelegenheid hadden gekregen zich uit te laten over het verzoek tot het bevel. Daarnaast gebruikte de rechtbank een onjuiste maatstaf door te oordelen dat de betalingen nagekomen baten waren omdat ze betrekking hadden op de looptijd van de regeling, terwijl de juiste maatstaf is dat de baten ten tijde van de vereffening niet bekend mochten zijn.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en gaf daarmee aan dat in soortgelijke gevallen de procedurele rechten van schuldsaneringgerechtigden moeten worden gerespecteerd en de juiste wettelijke maatstaf moet worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens schending van hoor en wederhoor en onjuiste maatstaf bij toepassing van artikel 194 Fw.