ECLI:NL:PHR:2011:BP5604
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van getuigenverklaringen en bewijskracht van partijgetuige in civiele zaak
Het cassatieberoep is ingesteld door eiser tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 augustus 2009. Het hof vernietigde een verstekarrest en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank waarin eiser werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan verweerster.
Verweerster is in cassatie niet verschenen en verstek is tegen haar verleend. Het cassatieberoep berust op één middel dat klaagt over de waardering van getuigenverklaringen door het hof en de toepassing van art. 164 lid 2 Rv Pro betreffende de bewijskracht van een partijgetuige.
De Hoge Raad overweegt dat de waardering van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden en dat deze niet verplicht is om uitgebreid te motiveren waarom hij een verklaring meer of minder geloof hecht. Het hof heeft geoordeeld dat de verklaring van een partijgetuige voldoende bewijskracht heeft, mede omdat een andere getuige onvolledig bewijs leverde.
Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro, omdat het middel niet tot cassatie kan leiden en geen rechtsvragen oproept die beantwoording in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.