ECLI:NL:PHR:2011:BP6044
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel bij cocaïnehandel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin aan de veroordeelde de verplichting werd opgelegd om € 5.650,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen wegens handel in cocaïne.
De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met kosten voor een geleasde scooter en telefoonkosten, die deels voor de drugshandel zouden zijn gebruikt. Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van de veroordeelde dat deze kosten hoofdzakelijk voor zijn werkzaamheden als stukadoor waren en slechts incidenteel voor de drugshandel werden gebruikt.
Daarnaast klaagde de verdediging dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de veroordeelde 50 gram cocaïne per week verkocht en daarmee € 50 winst per week behaalde. De Hoge Raad oordeelde dat uit de verklaringen van de veroordeelde en getuigen niet kan worden afgeleid dat deze hoeveelheid werd verkocht, waardoor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende is gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op basis van het bestaande dossier. De overige middelen van cassatie worden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.