ECLI:NL:PHR:2011:BP6461
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste bewezenverklaring ongeldig rijbewijs op 19 februari 2007
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 19 februari 2007 te IJsselstein. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en dat hij op die datum toch als bestuurder van een motorrijtuig op de openbare weg reed.
Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs en verklaringen van verbalisanten. Verdachte had aangevoerd dat hij een nieuw rijbewijs had gekregen na een rijbevoegdheidsonderzoek en dat hij niet wist van de ongeldigverklaring. De raadsman voerde aan dat verdachte de brief van het CBR mogelijk niet had ontvangen.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte de kennis had van de ongeldigverklaring. De klacht dat het rijbewijs op 19 februari 2007 wel geldig was, slaagt daarom. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het feit 2 betreft en de daarop gebaseerde strafoplegging. Voor het overige blijft het arrest in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 19 februari 2007 wegens onvoldoende bewijs van kennis van de ongeldigverklaring.