ECLI:NL:PHR:2011:BP6477
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beginnend bestuurderschap en rijontzegging bij rijden onder invloed
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk rijden onder invloed als beginnend bestuurder.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij geen beginnend bestuurder was, omdat hij reeds in 1975 een rijbewijs zou hebben behaald. Dit werd betwist door het openbaar ministerie en het hof achtte deze stelling niet aannemelijk. Het hof baseerde zich onder meer op een uittreksel uit het CBR-register waaruit bleek dat het eerste rijbewijs van verdachte dateerde van 13 oktober 2006.
Verder oordeelde het hof dat uit een eerdere veroordeling wegens rijden onder invloed met rijontzegging niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte destijds in het bezit was van een rijbewijs. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het opleggen van een rijontzegging ook mogelijk is aan personen zonder rijbewijs, hetgeen geen onjuiste rechtsopvatting is.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.