ECLI:NL:PHR:2011:BP6567
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis wegens onrechtmatige afwijzing getuigenverzoek in Antilliaanse diefstalzaak
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor diefstal in een woning op Curaçao. De verdediging verzocht het Hof om drie getuigen te horen die bij de politie ontlastende verklaringen hadden afgelegd, maar het Hof wees dit verzoek af met de motivering dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte van het horen van deze getuigen heeft afgezien, aangezien zij tijdig waren opgegeven en door de procureur-generaal waren gedagvaard. Volgens artikel 318, zevende lid, SvNA dienen dergelijke getuigen te worden gehoord, tenzij met toestemming van zowel de procureur-generaal als de verdachte van het verhoor wordt afgezien, wat hier niet het geval was.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad een middel dat betoogde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte zich op het moment van de diefstal buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in de woning bevond. Dit middel werd verworpen omdat het Hof dit op basis van verklaringen van medeverdachten terecht had aangenomen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en verwees de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij het getuigenverzoek in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling waarbij het getuigenverzoek in acht wordt genomen.