ECLI:NL:PHR:2011:BP6583
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bezit beschermde diersoorten en terugwijzing zaak
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het opzettelijk onder zich hebben van huiden van beschermde inheemse diersoorten, namelijk waterhoenen en gaaien. Het hof verwierp het verweer dat de huiden legaal waren verkregen, omdat de overgelegde stukken ontoereikend zouden zijn om dit aan te tonen.
De verdediging stelde dat de huiden legaal waren verkregen binnen de Europese Unie, met name uit het Verenigd Koninkrijk, waar jacht op deze vogels was toegestaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de stukken niet toereikend waren en dat het hof ten onrechte de bewijslast had omgekeerd door te veronderstellen dat de huiden illegaal waren.
Verder wees de Hoge Raad op het belang van Europese regelgeving en vrij verkeer van goederen, en dat het hof had moeten onderzoeken of uitzonderingen op het verbod van de Flora- en faunawet van toepassing waren, zoals vrijstellingen voor preparatie of legale verkrijging in andere lidstaten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van het beroep op basis van de juiste motivering en toetsing van de wettelijke uitzonderingen en Europese regels.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.