ECLI:NL:PHR:2011:BP6921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verjaring en onaanvaardbaarheid beroep op tekortkoming bank bij opties en termijncontracten
In deze zaak vordert eiser dat de bank FBS wordt veroordeeld wegens tekortkoming in de nakoming van een cliëntenovereenkomst inzake opties en termijncontracten. Eiser stelt dat transacties zonder zijn opdracht zijn uitgevoerd en dat de bank onvoldoende zorgplicht heeft betracht. De rechtbank wijst de vorderingen af wegens verjaring en onaanvaardbaarheid van het beroep. Het hof bekrachtigt dit oordeel en wijst de reconventionele vordering van de bank af. Eiser stelt cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad onderzoekt onder meer of het hof terecht heeft geoordeeld dat het beroep op tekortkoming verjaard is en dat het beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook wordt beoordeeld of het hof terecht artikel 6:140 lid 4 BW Pro heeft toegepast zonder dat de bank zich daarop had beroepen, en of de bank een bijzondere zorgplicht had.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht aan de verjaring en de onaanvaardbaarheid van het beroep op tekortkoming bindende kracht toekent. Het hof heeft het toepasselijke artikel 6:140 lid 4 BW Pro correct toegepast en het ontbreken van een bijzondere zorgplicht is gegrond. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eiser op tekortkoming van de bank wordt afgewezen wegens verjaring en onaanvaardbaarheid.