ECLI:NL:PHR:2011:BP6928
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid goed vertrouwen en nakoming verplichtingen
Verzoeker tot cassatie, een alleenstaande man zonder kinderen, had een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). Het hof te 's-Hertogenbosch had dit verzoek afgewezen op grond dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het onbetaald laten van schulden in de vijf jaren voorafgaand aan het verzoek, en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen en zich zou inspannen om baten voor de boedel te verwerven.
Verzoeker voerde aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij al tien jaar een WWB-uitkering ontving zonder door betaalde arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien, terwijl hij volgens hem wel degelijk werk had verricht via een uitzendbureau en pas vanaf voorjaar/zomer 2009 een WWB-uitkering ontving. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze stellingen niet voldoende onderbouwd waren met harde feiten en dat het hof terecht had vastgesteld dat bewijsstukken ontbraken en dat de raadsman niet wist of er op dat moment een sollicitatieplicht gold.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht had geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk was dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen. Omdat deze reden op zichzelf voldoende was voor afwijzing, was het niet nodig om de andere motieven van het hof te beoordelen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goed vertrouwen en nakoming van verplichtingen.