ECLI:NL:PHR:2011:BP7844
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van responsieplicht op verweren in hoger beroep bij verstek
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over de vraag of een appelrechter verplicht is om in hoger beroep te reageren op verweren en standpunten die in eerste aanleg zijn gevoerd maar in hoger beroep niet uitdrukkelijk zijn herhaald. De verdachte was in eerste aanleg op tegenspraak behandeld en had daar verweren gevoerd, waaronder een beroep op noodweer(exces). In hoger beroep werd het proces bij verstek behandeld omdat de verdachte naar Zuid-Afrika was vertrokken en niet was verschenen. De raadsman van verdachte was niet gemachtigd tot verdediging en vroeg om aanhouding.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter in hoger beroep alleen hoeft te beslissen over verweren die uitdrukkelijk in hoger beroep zijn voorgedragen. Verweren uit eerste aanleg moeten in hoger beroep herhaald worden om in de beoordeling te worden betrokken. Dit uitgangspunt geldt ook bij verstekzaken. De Hoge Raad wijst op het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en dat van hem verwacht mag worden dat hij zich bereikbaar houdt voor de procedure.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat het hof heeft nagelaten het bepaalde in art. 27, eerste lid Sr (in mindering brengen van voorlopige hechtenis op straf) toe te passen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover dit niet is toegepast en bepaalt dat de ondergane voorlopige hechtenis in mindering moet worden gebracht op de opgelegde straf. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het hof geen toepassing gaf aan art. 27 Sr; de voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf, voor het overige wordt het beroep verworpen.