ECLI:NL:PHR:2011:BP7993
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering passiefpost terugbetaling entreegelden en afschrijving investeringen golfbaan erfpacht
Belanghebbende, een fiscale eenheid met een exploitatiemaatschappij die een golfbaan exploiteert, had een passiefpost gevormd voor de verplichting tot terugbetaling van entreegelden aan leden. De Inspecteur corrigeerde deze passivering en de afschrijvingen op investeringen. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat een passiefpost voor de terugbetalingsverplichting moet worden gevormd, maar dat deze op nihil gewaardeerd moet worden vanwege de voorwaardelijkheid en het bestaan van een wachtlijst.
Het Hof stelde de passiefpost vast op de contante waarde van de verwachte terugbetalingen over tien jaar, met een rente van 4%. Ook oordeelde het Hof dat alleen over bepaalde investeringen afschrijving mogelijk was, omdat de investeringen in de grond een blijvende waardevermeerdering vormden. Belanghebbende en de Minister stelden cassatieberoepen in tegen het oordeel van het Hof.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het rentepercentage van 4% werd gehanteerd en niet heeft geoordeeld over de stelling dat rente in natura werd vergoed. Ook miskende het Hof het matchingbeginsel door niet te corrigeren voor de samenhang tussen terugbetalingen en nieuwe entreegelden. De afschrijving op investeringen in het erfpachtrecht is afhankelijk van de duur en verlengingsmogelijkheden van het erfpachtrecht, waarbij het Hof aannemelijk achtte dat verlenging waarschijnlijk is. De cassatieberoepen van belanghebbende en de Minister worden gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen.
Uitkomst: Cassatieberoepen gegrond verklaard en zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.