ECLI:NL:PHR:2011:BP8518
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en schatting wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
In deze zaak staat de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij centraal. Het hof heeft het voordeel berekend aan de hand van het BOOM-rapport, waarbij het aantal geoogste hennepplanten en oogsten is vastgesteld op basis van bewezenverklaringen en verklaringen van de veroordeelde. Hierbij is uitgegaan van 2.439 geoogste planten, een opbrengst per gram en aftrek van kosten.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof onjuist is om het verzoek tot het horen van getuigen te beoordelen aan de hand van het criterium dat het verzoek betrekking had op de hoofdzaak, en dat het voordeel onvoldoende gemotiveerd was. Deze middelen zijn door de Hoge Raad verworpen, waarbij werd benadrukt dat het hof een zelfstandig oordeel heeft over de schatting van het voordeel en dat de standaardnormen als feiten van algemene bekendheid gelden.
Ook de klacht dat het hof geen rekening hield met betaalde huurkosten is niet ontvankelijk verklaard omdat dit niet tijdig is aangevoerd. De Hoge Raad constateert voorts dat de redelijke termijn is overschreden, maar dat dit in de hoofdzaak gecompenseerd kan worden.
Uiteindelijk worden alle cassatiemiddelen verworpen en blijft het vonnis van het hof in stand, waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op €150.876,53.
Uitkomst: Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €150.876,53 en de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.