ECLI:NL:PHR:2011:BP8685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg erfdienstbaarheid van weg over minimale doorrijbreedte en gebruiksbeperkingen
V&R is eigenaar van een perceel met een erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van het aangrenzende perceel van [verweerster]. De erfdienstbaarheid is gevestigd bij notariële akte van 6 juli 2004 en betreft het recht om te gaan naar en komen van de openbare weg over een weg met parkeervoorziening. Er ontstond een geschil over de minimale doorrijbreedte van deze weg en het gebruik ervan, met name of laden, lossen en parkeren door V&R op de weg is toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat de minimale doorrijbreedte 4,25 meter bedraagt en verbood V&R om op de weg te laden, lossen, stilstaan of parkeren. Het hof bekrachtigde dit oordeel en overwoog dat V&R zich moet onthouden van gedragingen die de toegang van [verweerster] tot haar perceel belemmeren. V&R mocht in bijzondere omstandigheden met [verweerster] afspraken maken over tijdelijk laden en lossen.
In cassatie betoogde V&R dat de uitlegmaatstaf van het hof onjuist was en dat het laden en lossen op momenten dat [verweerster] geen gebruik maakt van de weg niet verboden mocht zijn. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de objectieve uitlegmaatstaf van toepassing is en dat de erfdienstbaarheid een onbelemmerde doorgang vereist. Het hof heeft ook voldoende gemotiveerd dat het recht van erfdienstbaarheid door [verweerster] in redelijkheid moet worden uitgeoefend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van V&R wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.