ECLI:NL:PHR:2011:BP8688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatig handelen Staat bij aanbestedingsprocedure en schadebegroting
Eiseres stelde de Staat der Nederlanden en N.V. Rechterhand aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen in het kader van een aanbestedingsprocedure. Het hof te 's-Gravenhage oordeelde dat de Staat c.s. onrechtmatig had gehandeld en begrootte de schade schattenderwijs.
De Staat en Rechterhand gingen in cassatie tegen dit oordeel en voerden meerdere klachten aan, onder meer over de schadebegroting, het bewijsaanbod van eiseres en de toepassing van handelsgebruiken. De Hoge Raad verwierp deze klachten, onder meer omdat het hof zijn oordeel feitelijk heeft vastgesteld en de cassatie niet toekomt aan toetsing van feitelijke waarderingen.
Ook de klacht dat het hof niet eerst een vervolgcomparitie had gelast werd afgewezen, omdat geen aanwijzingen waren dat dit noodzakelijk was. De Hoge Raad bevestigde dat het hof bij de schadebegroting vrij is om af te wijken van de gewone regels van stelplicht en bewijslast.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet tot cassatie kan leiden en wijst het beroep af met toepassing van artikel 81 RO Pro, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat en N.V. Rechterhand wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof dat onrechtmatig handelen en schadevergoeding vaststelt, in stand blijft.