ECLI:NL:PHR:2011:BP8811
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs voor niet meewerken aan ademonderzoek
Op 15 januari 2007 weigerde verdachte in Amsterdam mee te werken aan een ademonderzoek door de politie. Het hof Amsterdam veroordeelde hem voor overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 8 van Pro dezelfde wet, tot een geldboete en ontzegging rijbevoegdheid.
In cassatie klaagde verdachte dat het hof de tenlastelegging onjuist had uitgelegd en dat het bewijs niet voldeed voor het ten laste gelegde feit. De Hoge Raad constateerde dat het hof zich had gebaseerd op bewijsmiddelen die niet toereikend waren om het feit van niet meewerken aan het ademonderzoek zoals ten laste gelegd te bewijzen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd. Hoewel andere bewijsmiddelen aanwezig waren, mag de Hoge Raad deze niet in de plaats stellen van het door het hof gebruikte bewijs.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking had op het onder 1 tenlastegelegde feit en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het tenlastegelegde feit en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.